Sint-Crispijn waakt over de pastorale eenheid
Op 1 december werken de pastorale eenheden Heilige Damiaan en Sint-Crispijn Izegem – Lendelede samen onder de naam Sint-Crispijn Izegem – Ledegem – Lendelede.
Net zoals rond het logo rezen na de uiteenzetting van 25 september in de Sint-Elooikerk in Sint-Eloois-Winkel vragen rond die naam. Enige toelichting is dus wel op zijn plaats.
De keuze voor Sint Crispijn is niet zo verwonderlijk. Sinds jaar en dag is deze heilige verbonden met Izegem en omstreken. Izegemnaren en inwoners van de omliggende gemeenten en dorpen kwamen met de fiets, tram of trein werken in de schoenfabrieken of ze kwamen er wekelijks al het nodige ophalen om thuis schachten te stikken of schoenen te assembleren. Sint-Crispijn hield daarbij een oogje in het zeil. Hij is immers de patroonheilige van de schoenmakers en jarenlang gaf zijn naamfeest aanleiding tot heel wat feestvreugde bij de duizenden schoen- en patroonmakers, stiksters en al wie bij het maken en verkopen van schoenen betrokken waren.
Alhoewel de feestdag van Crispijn op 25 oktober valt konden schoenmakers pas op de eerste maandag na Allerheiligen tijd voor hem maken. In oktober was het immers veel te druk in aanloop naar de jaarmarkt te Avelgem waar de Izegemse schoenen vlot van de hand gingen. Tot in de jaren 1970 was het feest van Sint Crispijn een hoogdag voor de Izegemse horeca. Is hier misschien de oorsprong te zoeken van de spreuk ‘Sint Crispijn was een heilig man, hij dronk de klaren uit de kan’. Of moeten we hiervoor eerder in de richting van ‘Blauwe Maandag’ zoeken, de dag waarop de schoenmakers hun zuurverdiende centen in het café achterlieten?
Als we op zoek gaan naar de herkomst van de verering voor Crispijn stoten we op een eigenaardigheid. De heilige blijkt niet één maar een versmelting van twee personen te zijn. Crispinus en Crispinianus waren twee broers uit een voorname Romeinse familie. Volgens de legende vluchtten ze in de derde eeuw na Christus voor de christenvervolging onder keizer Diocletianus. Samen met de zoon van een Romeins senator trokken ze naar Soisson in het toenmalige Gallië om het geloof te verkondigen. Ze kwamen aan de kost als schoenmaker en stelden zich ten dienste van de armen.
De vervolging van de christenen breidde zich echter uit naar Gallië. Crispijn en Crispinianus werden gevangen genomen en gemarteld omdat ze weigerden hun geloof af te zweren. De legende maakt melding van de meest gruwelijke taferelen. De beul stak schoenmakersmateriaal onder de nagels van de broers en repen huid werden afgetrokken om riemen van te maken. Ze werden met kokend lood overgoten en afwisselend in ijskoud water en in vuur gegooid. Uiteindelijk werden de martelaars onthoofd.
Op het 17de eeuwse schilderij van Ambrosius Francken dat te bewonderen valt in het koninklijk museum voor schone kunsten in Antwerpen is de voorstelling van de marteling minstens even gruwelijk maar de beulen krijgen van hetzelfde laken een pak. De elzen die onder de nagels van de martelaren gestopt worden vliegen terug richting folteraar.
Een poging om de broers te verdrinken in de Aisne mislukt. Zelfs met een molensteen rond hun hals blijven ze bovendrijven. Bij het onderdompelen in kokend lood schiet een straal van het gloeiende metaal in het oog van Rictovarius, de prefect die de veroordeling uitsprak. Uiteindelijk komen de martelaren aan hun eind door onthoofding. De zijluiken van dit werk worden bewaard in de Antwerpse Carolus Borromaeuskerk.
Al heel vlug na de terechtstelling startte de verering van de broers. Hun belangrijkste relikwieën worden bewaard in Soissons en in Osnabrück, twee steden die de heilige(n) als patroonheilige(n) aannamen, net zoals de zadelmakers, orthopedisten en leerlooiers. Ook in Faversham (Wales, Engeland) en IJsselmuiden (Nederland) is er een Sint-Crispijnkerk, maar heel wijd verspreid is de naam niet. Hij duikt wel op in een Franse weerspreuk: A la Saint-Crépin: la mort aux mouches. In het Nederlands vinden we ‘Is Crispijn klaar, snel is de winter daar’.
Ook in de literatuur vond Sint Crispijn zijn weg. Onder andere in Shakespeares toneelstuk Henry V. De auteur laat de Engelse koning een rede houden op de vooravond van de beslissende Slag bij Azincourt. Die dag, 25 oktober 1415, behaalden de Engelsen een belangrijke overwinning tijdens de Honderdjarige Oorlog tegen Frankrijk. In het Verenigd Koninkrijk is deze toneelrede van Henry V even bekend als die van Marcus Antonius bij de baar van Julius Caesar.
And Crispin Crispian shall ne’er go by
From this day to the ending of the world,
But we in it shall be remembered
We few, we happy few, we band of brothers; For he to-day that sheds his blood with me Shall be my brother; be he ne’er so vile, This day shall gentle his condition: And gentlemen in England now a-bed Shall think themselves accursed they were not here, And hold their manhoods cheap whiles any speaks That fought with us upon Saint Crispin’s day.
Sint Crispijn zal vanaf vandaag tot het einde der tijden aan ons doen blijven denken,
Aan ons, de weinigen, de gelukkigen, dit verbond van broeders;
Want wie vandaag zijn bloed vergiet samen met mij zal mijn broer zijn; hoe laag geboren ook, hij zal in aanzien stijgen.
En de hoge Engelse heren die nu in hun bed liggen zullen zichzelf vervloeken omdat ze hier niet aanwezig zijn. Ze zullen zich de mindere achten van wie samen met ons streden op de dag van Sint Crispijn.
Onze pastorale eenheid staat gelukkig niet aan de vooravond van dergelijke bloedige strijd. Onze ‘band of brothers’ zal van een andere aard zijn.
De officiële start van de nieuwe pastorale eenheid wordt gegeven op 30 november 2025 om 10.30 uur in de Sint-Tillokerk in aanwezigheid van bisschop Lode Aerts. Iedereen is er van harte welkom in de eucharistieviering en op de aansluitende receptie.









